1. Home
  2. Nieuws
  3. Samen naar een veilige vluchtstrook voortgang feb 2026

Samen naar een veilige vluchtstrook... voortgang feb 2026

Zaterdag 14 februari 2026

Nieuwsflits – Veilig werken op de vluchtstrook Nummer 3 / februari 2026 In 2024 is de memo ‘Veilig Werken op de Vluchtstrook’ verspreid. De urgentie is glashelder. Als opdrachtgever heeft RWS de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het werk veilig kan worden uitgevoerd. De opdrachtnemer heeft de verantwoordelijkheid om het werk ook veilig uit te voeren en te zorgen dat hun werknemers een veilige werkplek hebben. De vluchtstrook moet dus als veilige werkplek worden ingericht. In deze derde Nieuwsflits praten we je bij.

Verkeersmaatregelen die de veiligheid verhogen:

opbrengsten van werkgroep 3

 

Hoe zorgen we ervoor dat wegwerkers veilig hun werk kunnen doen op de vluchtstrook? Dat was de centrale vraag voor werkgroep 3, die zich richtte op verkeersmaatregelen per soort activiteit in relatie tot de huidige CROW-richtlijnen. Na acht intensieve werksessies ligt er nu een reeks voorstellen die niet alleen de veiligheid verhogen, maar ook zorgen voor meer eenduidigheid en innovatie in de uitvoering.

 

Een nieuwe standaard voor werkvoorbereiding
Een van de belangrijkste resultaten is de ontwikkeling van een generieke hiërarchie die wordt toegepast bij statische werkzaamheden in de berm en vanaf vluchtstrook. Deze hiërarchie zorgt voor bewuste, herleidbare keuzes en wordt een voorstel geschreven om deze op te nemen in de nieuwe CROW-publicatie Werk in Uitvoering.

 

Slimme indeling van werkzaamheden
Alle werkzaamheden zijn ingedeeld in zes groepen, gebaseerd op duur van de individuele werkzaamheden en blootstellingsduur van de wegwerker gedurende de dag. Per groep wordt expliciet verkeersmaatregel (CROW-figuur) voorgeschreven op basis van de aanwezigheid van signalering en breedte van de vluchtstrook. Deze indeling maakt het mogelijk om verkeersmaatregelen beter af te stemmen op het risico en de tijdsduur van de werkzaamheden. Verschillende werkzaamheden verschuiven hierdoor naar groepen met zwaardere maatregelen, wat direct een veiligheidswinst oplevert.

 

Voorbeeld: tijdelijke bebording
Zo werd het plaatsen en verwijderen van tijdelijke bebording voorheen vaak uitgevoerd onder de Stop & Go-maatregel (CROW figuur 430), maar de werkgroep heeft bepaald dat deze werkzaamheden niet kort genoeg zijn om als Stop & Go te worden beschouwd. Daarom schuiven ze naar groep 4 (vele kortdurende statische werkzaamheden), waar zwaardere verkeersmaatregelen gelden, zoals een rijdende afzetting (figuur 420) en aanvullende veiligheidsmaatregelen zoals smalle botskussens en verhoogde actieramen. Door deze verschuiving wordt de blootstelling van wegwerkers aan verkeer aanzienlijk verminderd. In plaats van werken met één voertuig en minimale afzetting, komt er een robuuste afzetting die beter zichtbaar is voor weggebruikers en extra fysieke bescherming biedt.

 

Extra veiligheidsmaatregelen
Voor groepen met het hoogste risico zijn aanvullende maatregelen voorgesteld. Denk aan smalle botskussens en verhoogde actieramen bij rijdende en kortdurende statische werkzaamheden, het verkleinen van tussenafstanden tussen werkvoertuigen en het tonen van snelheidsbeperkingen (90-90-70) bij kortdurende werkzaamheden. Deze maatregelen worden eerst getest in pilots voordat ze worden gestandaardiseerd.

 

Innovatie en automatisering
De werkgroep ziet verder grote kansen in automatisering om de blootstelling van wegwerkers te verminderen. Voorbeelden zijn geautomatiseerd reinigen van wegmeubilair en maaien en inspecties met drones. Ook wordt een innovatietraject voorgesteld voor een volgsysteem voor een tweede voertuig en het verminderen van handmatige plaatsing van tijdelijke bebording.

 

Onderzoek naar tijdelijke bebording
Tot slot komt er een onderzoek naar de nut en noodzaak van tijdelijke bebording, vooral bij korte afsluitingen. Daarnaast wordt gekeken naar standaardisatie van voorbereidingen, zoals grondpotten voor borden, om plaatsing sneller en veiliger te maken. Met deze voorstellen zet Rijkswaterstaat samen met een markt een grote stap richting structureel hogere veiligheid voor wegwerkers. Wens vanuit de werkgroep is om de komende periode pilots te gaan uitvoeren en innovaties te verkennen.

 

“Veiligheid begint bij duidelijke keuzes aan de voorkant. Met deze aanpak maken we de keuze voor de verkeersmaatregel expliciet en wordt het werk op de vluchtstrook aantoonbaar veiliger.” Jurgen Koppen, voorzitter Werkgroep 3.

 

Hoe gaat het met de pilots?

 

Intussen zijn er verschillende pilots door het gehele land gehouden. Helaas is werkgroep 4, die regie zou voeren op pilots, incidentonderzoeken en innovatie, door omstandigheden niet van de grond gekomen. Toch heeft een aantal marktpartijen samen met de projectteams enkele pilots uitgevoerd. Onderstaande pilots zijn gezamenlijk uitgevoerd:

Minder tijdelijke bebording plaatsen, maar deze vervangen door een aantal tekstkarren. Het plaatsen van tijdelijke bebording is een van de meest risicovolle werkzaamheden op de vluchtstrook. Het B-wegenteam van West-Nederland Zuid heeft samen met Boskalis een pilot gedaan om in plaats van de tijdelijke bebording, te werken met enkele tekstkarren.
Het werken met Lightcubes in plaats van de tijdelijke lichtmasten tijdens groot onderhoud waarbij meerdere aaneengesloten nachten gewerkt werd. Het wegenteam van Oost Nederland heeft dit samen uitgevoerd met Heijmans.
Het combineren van werkzaamheden vast onderhoud in een afsluiting, waarbij bijna alle werkzaamheden in dezelfde afzetting plaatsvinden. Dit is door meerdere projectteams in het land uitgevoerd, waaronder het A-wegenteam van Midden Nederland samen met Heijmans.
Verder zijn er nog pilots op het gebied van ZOAB cleanen in één gang met een afzetting van de naastgelegen rijbaan. De resultaten hiervan zijn (nog) niet bekend.
Abbink heeft samen met RWS al een aantal experimenten gedaan met een “botskussen” op een kleiner voertuig. 

 

Meer informatie? Dan kan je terecht bij het projectteam van RWS of de uitvoerende aannemer.